| Snacks | Val en Herrijzenis van Onze Muur |
| 23.06.09 | categorie: Cultuur & Historie |

MEDDO - Twintig jaar geleden, in 1989, viel de Berlijnse Muur. Bijna was rond dezelfde tijd ook de Nederlandse Muur ten onder gegaan. Uiteindelijk bleef hij gespaard, zodat de Rotterdamse zanger Fred Piek op woorden van Lenneart Nijgh kon blijven zingen:
"Ik lust alleen die knackworst niet, die buigt maar nimmer knackt - Ik besluit mijn maaltijd hier met een bal gehakt (onze fijne bal gehakt) - Die viel wat zwaar, ja ja ja, bovenop de loempia - Ach ik zal het even moeten laten zakken allemaal - Jongens, even instrumentaal, zet de vette loketten maar open - Daar komt Hollands glorie uit de muur gekropen." Het is één van de vele lofliederen op het typisch Nederlandse eten-uit-de-muur. De vaderlandse automatiek is een fenomeen.
Door UBEL ZUIDERVELD
Eten uit de muur lijkt een typisch Nederlands fenomeen. Mensen uit andere landen beschouwen het vaak met een lichte walging. Vooral Amerikanen zien met ontsteltenis aan hoe het rare kleine volkje aan de Noordzee gefrituurde spijzen graait uit verlichte loketjes. Toch zijn automatieken minder Nederlands (en juist meer Amerikaans) dan gedacht. In Amerika sloot in 1991 de laatste automatiek van Waldorf zijn deuren.

Het eerste automatiekbedrijf van deze firma opende in 1902 in Philedelphia zijn luikjes. De officiële opening was eigenlijk al voorzien voor 1901, maar het eerste schip met automatieken (ze kwamen uit Duitsland, want daar werden ze eerst gemaakt) ging ten onder voor de Britse kust. New York, Philedelphia en enkele andere Amerikaanse steden telden gedurende een lange reeks van jaren de nodige automatieken. Nederland was het enige land waar de automatiektraditie fier stand hield.

Meestal liggen er snacks als kroketten, hamburgers, bamischijven en kaassoufflés in de automatieken. In sommige steden kan zelfs frites worden aangetroffen op de warmhoudplaatjes in de automatieken, zoals een tijdlang in Groningen het geval was. Het ging in dit geval veelal om de speciale Rasfrites van Rixona in Warffum, gemaakt van samengeperst aardappelzetmeel en door het productieproces bleven ze in de automatiek lang krokant.
KOUDE LOKETJES
De eerste automatieken kwamen in Nederland - net als in andere landen - in de 1920s en 1930s in gebruik. Het ging om koude loketjes, de automatieken met warmhoudplaatjes kwamen pas veel later opzetten. Pas in de 1950s zette de hausse werkelijk door. Dit had te maken met het van kracht worden van een nieuwe winkelwet in het najaar van 1952, de wet die grote beperkingen opwierp voor avondverkoop en de openstelling van winkels. Zelfs Patates Frites (zoals frites toen nog steevast genoemd werd) mocht enige maanden niet na zes uur 's avonds worden verkocht (maar de verkoop ging met gesloten winkeldeuren gewoon door met de automatiek als doorgeefluik).

Het avondlijke verkoopverbod voor patat werd spoedig opgeheven, maar voor veel andere producten bleef zes uur de limiet. Vooral banketbakkers en slagerijen bestelden volop automatieken in Duitsland (nadat ze er eerst voor gezorgd hadden dat er luikjes aan de achterzijde kwamen om de loketjes te kunnen bijvullen). Aldus kon de verkoop ook na zes uur doorgaan (in eerste instantie dus alleen van koude waar en onverwarmde spijzen). Uit het feit dat de Bond van Automatenhouders aan het begin van de 1950s liefst 1500 leden telde, kan worden opgemaakt dat veel winkels op deze wijze de winkelwet omzeilden.
Uit deze beweging is ook de keten ontstaan die ervoor zorgde dat de automatiek in Nederland tot aan de vandaag de dag fier stand hield: Febo. Het bedrijf begon in 1942 als brood- en banketbakkerij in Amsterdam en pas in 1960 werd de eerste automatiek in gebruik genomen.
Febo groeide in de decennia daarna uit tot een keten met vele tientallen vestigingen in het hele land, vooral bekend vanwege de automatiekmuren met warme snacks uit eigen fabriek.
STERKE TERUGGANG
Het aantal automatieken liep in de loop van de 1960s al sterk terug. In 1973 waren er nog 534, in 1978 telde het Bedrijfschap Horeca nog slechts 327 in de horeca, in 1983 nog maar 106 en daarna was het aantal nog zo beperkt, dat ze niet meer apart werden geregistreerd.
Aan het einde van de 1980s - toen in Berlijn de Muur werd geslecht - leek de Nederlandse Muur op zijn laatste benen te lopen. Eigenlijk bleef hun aanwezigheid bijna geheel exclusief beperkt tot de vestigingen van Febo.

Bamn, Newyorks nieuwe automatiek.

Vanaf 1990 werd weer een kentering zichtbaar. Het aantal snackloketten nam weer overduidelijk toe, vaak als middel om de bijverkoop van cafetaria's te stimuleren, bij tankstations, bij discotheken. Er dienden zich nieuwe leveranciers aan van automatieken en De Muur werd gered van een roemloze ondergang. Zo kon het zijn dat Amerikanen een bijzondere belangstelling aan de dag bleven leggen voor de verafschuwde Hollandse gewoonte om uit de De Muur te eten.

De Amerikaan Alec Shuldiner wijdde er een uitgebreide studie aan, terwijl CNN een reportage over automatieken - gemaakt door de Nederlandse Wereldomroep - wereldwijd de ether inslingerde. En zo werd over De Muur zelfs de lof gezongen in Nederlands officieuze tweede volkslied 15 Miljoen Mensen met de zinsnedes: "'Het land dat zorgt voor iedereen - Geen hond die van een goot weet - Met nassiballen in de muur - En niemand die droog brood eet."

Bijgaand verhaal werd eerder gepubliceerd in Frietgeheimen van Paul Ilegems, een boek dat verscheen bij Artus Uitgevers onder ISBN-nummer 90.809035.3.1.
|
|
|